Page 16 - Kind en Jeugd bij SWZ
P. 16

WONEN
 Uit huis en toch samen
Eerst woon je thuis, dan ga je af en toe logeren. En tenslotte ga je uit huis. Die natuur- lijke ontwikkeling maken ook de meeste kinderen met ernstige meervoudige beper- kingen mee. Maar die stap is wel fors. Voor hen en hun ouders. Of je nu 13 bent of 18, loslaten is het. En zorg en vertrouwen delen. In Son beseffen we wat dat betekent. En dat besef kleurt ons werk.
  Zoals voor Martine van Gennip (gedrags- kundige) en Beau Klaassen (persoonlijk begeleider). Beiden werken ze op Brink 6-8. Daar wonen 10 kinderen met (E)MB. Beau: ”We begrijpen heel goed hoe ingrijpend het is om voor het eerst zorg voor je kind met SWZ te delen. Daarom investeren wij veel in contact. Ouders kunnen komen wanneer ze willen. Ze helpen meestal om het kamertje in te richten van hun kind en het een beetje eigen te maken. Ook zijn ze in het begin vaak nog betrokken bij de verzorging. Ze stoppen hun kind in bad en brengen het naar bed. Zijn ze er niet, dan delen we via WhatsApp hoe het met hun kind gaat.” Martine: “Omdat ouders zoveel over de vloer komen, ontstaat er een mooie band met begeleiders en met andere kinderen die hier wonen.”
Beau: “Wij hebben hier alle tijd en aandacht voor de kinderen. Als het vijf minuten duurt voordat een kind zijn jas ophangt, dan wachten we even. Ook is hier meer struc- tuur en ritme dan thuis. Dat is voor kinderen met (E)MB heel belangrijk.“
Ouders en professionals uit de verschil- lende disciplines stellen samen jaarlijks ontwikkeldoelen op. Denk bijvoorbeeld aan het aan- en uitkleden of helpen de tafel te dekken. Uitgangspunt is een duidelijke en veilige woonomgeving met een prettige warme huiselijke sfeer. Met alles wat thuis ook gebeurt. Zoals samen eten, samen spe- len, verjaardagen en Sinterklaas vieren... Martine: “In die woonomgeving moet ieder kind gewoon kind kunnen zijn. En de kans krijgen zich te ontwikkelen op zijn eigen niveau. Daarin stimuleren de kinderen
Gedragskundige Martine van Gennip
elkaar zichtbaar. Ze leren ook van elkaar, omdat ze naar elkaar kijken. Als iemand zijn eigen brood smeert, willen de anderen dat ook. Ze spelen met elkaar, er is interactie. Ze worden soms echt een beetje broers
en zussen van elkaar. Sommigen krijgen een vast maatje, anderen blijven wat meer op zichzelf gericht omdat contact maken moeilijk voor hen is. Kinderen mogen hier zijn wie ze willen zijn.”
Persoonlijk begeleider Beau Klaassen aan het werk met één van de kinderen.
 16 KIND EN JEUGD BIJ SWZ
   























































































   14   15   16   17   18